Muad'Dib was misdeeld en hij sprak voor alle misdeelden aller tijden. Hij protesteerde tegen dat diepgaande onrecht dat het individu vervreemdt van de dingen die hij geleerd had te geloven, van wat hem kennelijk als een recht toekwam.
Het Mahdinaat. Een analyse door Harq al-Ada
A
Gurney Halleck zat op de hoge klip bij Shuloch met zijn baliset naast hem op een kleed van specievezel. Onder hem krioelde het omsloten bekken van de arbeiders die gewassen plantten. De zand-helling waarlangs de Uitgestotenen zandwormen met een specie-spoor omhoog hadden gelokt, was afgesloten met een nieuwe qanat. Langs de helling was groen aangeplant om hem vast te houden.
Het was bijna tijd voor het middagmaal en Halleck zat al langer dan een uur op de klip omdat hij alleen wilde zijn om na te denken. De arbeid onder hem werd door mensen verricht, maar alles wat hij zag was het werk van melange. Leto's persoonlijke schatting was dat de serieproductie weldra zou terugvallen tot een stabiel tiende deel van de topjaren onder de Harkonnens. Bij elke nieuwe notering verdubbelden de voorraden door het hele Rijk in waarde. Men zei dat de helft van Novebruns planeet gekocht was van de Familie Metullie met driehonderdeenentwintig liter.
De Uitgestotenen werkten als mensen die door een duivel werden opgejaagd, en misschien waren ze dat wel. Voor elke maaltijd keerden ze zich met het gezicht naar de Tanzerouft en baden ze tot de verpersoonlijkte Shai-Hulud. Zo zagen zij Leto en door hun ogen zag Halleck een toekomst waarin het grootste deel van de mensheid die opvatting deelde. Halleck was er niet zeker van dat dat vooruitzicht hem aanstond.
Leto had het patroon vastgelegd toen hij Halleck en de Prediker in Hallecks gestolen thopter hierheen had gebracht. Met zijn blote handen had Leto de qanat van Shuloch verwoest door grote rotsblokken wel vijftig meter weg te gooien. Toen de Uitgestotenen tussenbeide probeerden te komen, had Leto de eerste die hem bereikte onthoofd met niets anders dan een razendsnelle zwaai van zijn arm. Anderen had hij naar hun kameraden teruggesmeten en hij had gelachen om hun wapens. Met de stem van een demon had hij tegen hen gebulderd: 'Vuur zal mij niet deren! Jullie messen zullen mij niet verwonden! Ik draag de huid van Shai-Hulud!'
Toen hadden de Uitgestotenen hem herkend en ze herinnerden zich zijn ontsnapping, hoe hij van de klip 'regelrecht de woestijn insprong'. Ze wierpen zich languit voor hem op de grond en Leto had bevelen uitgevaardigd. aIk breng jullie twee gasten. Jullie zult je qanat herbouwen en een oasetuin aanleggen. Op een dag zal ik hier mijn thuis maken. Jullie zult mijn huis voorbereiden. Jullie zult geen specie meer verkopen, maar spaart elk beetje dat jullie verzamelt op.'
A
Zo was hij eindeloos doorgegaan met zijn opdrachten, en de Uitgestotenen hadden elk woord gehoord terwijl ze hem door van angst verglaasde ogen bekeken, door een verschrikkelijke eerbied.
Hier was dan Shai-Hulud eindelijk uit het zand verrezen!
Er was geen enkele aanduiding van deze metamorfose geweest toen Leto Halleck vond bij Ghadhean al-Fali in een van de kleine opstandige vesten bij Gara Ruden. Met zijn blinde metgezel was Leto langs de specieroute uit de woestijn gekomen; hij reisde per worm door een streek waar wormen nu zeldzaam waren. Hij had verteld over verschillende omwegen die hij had moeten maken door de aanwezigheid van vocht in het zand, genoeg water om een worm te vergiftigen. Ze waren kort na de middag aangekomen en ze waren door wachters naar de gemeenschappelijke ruimte met zijn stenen wanden gebracht.
De herinnering daaraan spookte nu voortdurend door Hallecks hoofd.
'Dus dat is de Prediker,' had hij gezegd.
Terwijl hij om de blinde man heenliep en hem goed bekeek, dacht Halleck aan de verhalen over hem. In de vest ging het oude gezicht niet achter een stilpakmasker schuil, en hij kon zijn geheugen een vergelijking laten maken met deze gelaatstrekken. Ja, de man leek op de oude Hertog naar wie Leto was vernoemd. Was dat een toevallige gelijkenis?
'Ken je de verhalen over deze persoon?' vroeg Halleck, toen hij Leto even terzijde had genomen. 'Dat hij je vader is die uit de woestijn is teruggekomen?'
'Ik heb de verhalen gehoord.'
Halleck keerde zich om en bekeek de jongen onderzoekend. Leto droeg een vreemd stilpak met opgerolde randen langs zijn gezicht en zijn oren. Een zwarte mantel bedekte het en zijn voeten staken in zandlaarzen.
Zijn aanwezigheid hier vereiste heel wat uitlegahoe hij er weer in was geslaagd te ontsnappen.
'Waarom breng je de Prediker hier?' vroeg Halleck. 'In Jacurutu zeggen ze dat hij voor hen werkt.'
'Niet meer. Ik breng hem hier omdat Alia hem dood wil hebben.'
'Zo? Denk je dat dit een toevluchtsoord is?' 'Jij bent zijn toevlucht.'
Al die tijd stond de Prediker naast hen te luisteren, maar hij liet aan niets merken dat het hem iets kon schelen welke wending hun gesprek nam.
'Hij heeft me goed gediend, Gurney,' zei Leto. 'Het Geslacht Atreides heeft niet alle plichtsbesef verloren jegens degenen die ons dienen.'
'Het Geslacht Atreides?'
'Ik ben het Geslacht Atreides.'
'Je vluchtte uit Jacurutu voor ik de proeve kon voltooien waartoe je grootmoeder opdracht had gegeven,' zei Halleck met kille stem. 'Hoe kun je aannemena'
'Je moet het leven van deze man beschermen als ware het je eigen leven.' Leto sprak alsof er geen verschil van mening bestond en hij ontmoette Hallecks blik zonder zijn ogen neer te slaan.
Jessica had Halleck geoefend in veel van de scherpe waarnemingstechnieken van de Bene Gesserit en hij had in Leto niets ontdekt dat op iets anders wees dan kalme zelfverzekerdheid. Maar Jessica's opdracht lag er nog. 'Je grootmoeder heeft me opgedragen je opvoeding te voltooien en me ervan te verzekeren dat je niet bezeten bent.'
'Ik ben niet bezeten.' Een eenvoudige, rustige opmerking.
'Waarom liep je weg?'
'Namri had opdracht me te doden, wat ik ook deed. Hij kreeg zijn bevelen van Alia.'
'Ben je dan een Waarheidszegger?'
'Dat ben ik.' Weer een rustige opmerking vol zelfverzekerdheid.
'En Ghanima ook?'
'Nee.'
Toen verbrak de Prediker zijn stilzwijgen. Hij keerde zijn blinde oogkassen naar Halleck maar hij wees naar Leto. 'Denk je dat jij hem op de proef kan stellen?'
'Bemoei je er niet mee als je niets afweet van het probleem of de gevolgen ervan,' beval Halleck zonder de man aan te kijken.
'O, ik ken de gevolgen maar al te goed,' zei de Prediker. 'Ik ben eens op de proef gesteld door een oude vrouw die dacht dat ze wist wat ze deed. Later bleek dat ze het niet wist.'
Toen keek Halleck hem aan. 'Ben jij dan ook een Waarheidszegger?'
'Iedereen kan een Waarheidszegger zijn, zelfs jij,' zei de Prediker. 'Het is een kwestie van eerlijkheid tegenover jezelf over de aard van je eigen gevoelens. Het vereist dat je een innerlijke overeenkomst hebt met de waarheid die gemakkelijke herkenning mogelijk maakt.'
'Waarom bemoei je je hiermee?' vroeg Halleck terwijl hij zijn hand naar zijn krysmes bracht. Wie was deze Prediker?
'Ik reageer op deze gebeurtenissen,' zei de Prediker. 'Mijn moeder zou haar eigen bloed op het altaar kunnen plaatsen, maar ik heb andere beweegredenen. En ik begrijp je probleem heel goed.'
'O?' Halleck was nu echt nieuwsgierig.
'Vrouwe Jessica heeft je opgedragen onderscheid te maken tussen de wolf en de hond, tussen zeleb en keleb. Volgens haar definitie is een wolf iemand met macht die die macht misbruikt. Maar tussen wolf en hond bestaat een schemerige periode waarin je geen onderscheid tussen hen kunt maken.'
'Dat zit er niet ver naast,' zei Halleck, en hij zag dat steeds meer mensen van de vest de gemeenschappelijke ruimte binnen kwamen om te luisteren. 'Hoe weet je dit?'
'Omdat ik deze planeet ken. Begrijp je het niet? Denk eens aan hoe het is. Onder het oppervlak liggen gesteenten, aarde, sedimenten en zand. Dat is het geheugen van de planeet, de uitbeelding van zijn geschiedenis. Met mensen is het hetzelfde. De hond herinnert zich de wolf. Elk heelal draait rond om een kern van beslaan, en vanuit die kern komen alle herinneringen naar buiten, helemaal tot aan het oppervlak.'
'Heel interessant,' zei Halleck. 'Hoe helpt dat me bij het uitvoeren van mijn opdracht?'
'Bekijk de uitbeelding van jouw geschiedenis die zich in je binnenste bevindt. Communiceer zoals dieren zouden communiceren.'
Halleck schudde zijn hoofd. Deze Prediker bezat een gebiedende directheid, een eigenschap die hij in de Atreides heel vaak onderkend had, en hij had meer dan een kleine aanwijzing dat de man de macht van de Stem gebruikte. Halleck voelde zijn hart op hol slaan. Was het mogelijk?
'Jessica wilde een uiterste beproeving, een spanning waardoor de onderliggende structuur van haar kleinzoon zich zou blootgeven,' zei de Prediker. 'Maar de structuur is er altijd en ligt openlijk te kijk.'
Halleck draaide zich om en staarde naar Leto. Het gebeurde vanzelf, gedreven door onweerstaanbare krachten.
De Prediker ging verder alsof hij een preek hield voor een obstinate leerling. 'Deze jonge persoon brengt jou in de war omdat hij geen enkelvoudig wezen is. Hij is een gemeenschap. Zoals bij elke gemeenschap die onder druk staat, kan elk lid van die gemeenschap het bevel in handen nemen. Deze bevelvoering is niet altijd goedaardig en zo krijgen we onze verhalen over Gruwel. Maar jij hebt deze gemeenschap al genoeg verwond, Gurney Halleck. Kan je niet zien dat de verandering al heeft plaats gevonden? Deze jongen heeft een innerlijke samenwerking bereikt die ontzettend machtig is, die niet omver te werpen is. Ik zie dat zelfs zonder ogen. Vroeger verzette ik me tegen hem, maar nu doe ik wat hij vraagt. Hij is een Genezer.' 'Wie ben jij?' vroeg Halleck.
'Ik ben niets meer dan wat je ziet. Kijk niet naar mij, kijk naar deze persoon die jij moest onderwijzen en beproeven. Hij is gevormd door een crisis. Hij heeft een dodelijke omgeving overleefd. Hij is hier.'
'Wie ben je?' hield Halleck vol.
'Ik zeg je slechts naar deze Atreides-jongen te kijken! Hij is de uiteindelijke terugkoppeling waarvan onze soort afhankelijk is. Hij zal de resultaten van de verrichtingen uit het verleden weer invoeren in het systeem. Geen ander mens zou die verrichtingen uit het verleden zo goed kunnen kennen als hij ze kent. En jij overweegt zo iemand te vernietigen!'
aIk heb opdracht hem op de proef te stellen en dat heb ik nieta'
'Maar dat heb je wel!'
'Is hij een Gruwel?'
Een vermoeide lach deed de Prediker schokken. 'Jij blijft maar volhouden met je Bene Gesserit onzin. Kijk hen toch eens de mythen scheppen waarmee de mensen in slaap gesust worden!'
'Ben jij Paul Atreides?' vroeg Halleck.
'Paul Atreides bestaat niet meer. Hij probeerde overeind te blijven als een verheven moreel symbool terwijl hij alle morele pretenties afwees. Hij werd een heilige zonder god en elk woord van hem was godslaster. Hoe kun je denken data'
'Omdat je spreekt met zijn stem.'
'Wil je nu mij nog op de proef stellen? Pas op, Gurney Halleck!'
Halleck slikte en richtte zijn aandacht weer op de onverstoorbare Leto die nog steeds rustig stond op te letten. 'Wie wordt er op de proef gesteld?' vroeg de Prediker. 'Is het misschien zo dat Vrouwe Jessica jou op de proef stelt, Gurney Halleck?'
Halleck vond deze gedachte uiterst verontrustend en hij vroeg zich af waarom hij zich door de woorden van de Prediker zo van zijn stuk liet brengen. Maar het was in de dienaren van de Atreides heel diep ingebakken om die mystieke heerschappij te gehoorzamen. Toen Jessica dit uitlegde, had ze het zelfs nog geheimzinniger gemaakt. Halleck voelde nu iets in zijn binnenste veranderen, een iets dat alleen aan de randen was aangetast door de Bene Gesserit opleiding die Jessica hem had opgedrongen. Een zwijgende woede steeg in hem op. Hij wilde niet veranderen!
'Wie van jullie speelt voor God en met welke bedoeling?' vroeg de Prediker. 'En die vraag kan je niet alleen met het redelijke verstand beantwoorden.'
Langzaam en weloverwogen verplaatste Halleck zijn aandacht van Leto naar de blinde man. Jessica zei altijd dat hij zijn kairits in evenwicht moest brengena'gij zultagij zult niet'. Zij noemde het een discipline zonder woorden en zinnen, zonder regels of geschillen. Het was de gescherpte rand van zijn eigen innerlijke waarheid, alles omvattend. Er was iets in de stem van de blinde man, in zijn toon, in zijn gedrag, dat in Halleck een razernij opwekte die voortwoedde tot het een verblindende kalmte was.
'Geef antwoord op mijn vraag,' zei de Prediker.
Halleck voelde dat de woorden zijn aandacht voor deze plek verdiepten, voor dit ene ogenblik met zijn eisen. Zijn plaats in het heelal werd slechts bepaald door zijn diepe aandacht. Hij twijfelde niet langer. Dit was Paul Atreides, niet dood, maar teruggekeerd. En dit on-kind, Leto. Halleck keek weer naar Leto en nu zag hij hem echt. Hij zag de gespannen trek om de ogen. het gevoel van evenwicht in de houding en de lijdende mond met zijn grillige gevoel voor humor. Leto stak af tegen zijn achtergrond alsof hij in het brandpunt stond van een verblindend licht. Hij had harmonie bereikt eenvoudigweg door het te aanvaarden.
'Zeg Paul,' zei Halleck. 'Weet je moeder ervan?'
De Prediker zuchtte. 'Voor de Zusters, alle Zusters, ben ik dood. Probeer niet me weer tot leven te wekken.'
Nog steeds zonder hem aan te kijken, vroeg Halleck: 'Maar waarom doet ze dana'
'Zij doet wat ze moet doen. Ze maakt haar eigen leven, in de waan dat ze vele levens regeert. Zo spelen we allemaal god.'
'Maar jij bent in leven,' fluisterde Halleck, overmand nu door zijn besef en eindelijk draaide hij zich om en staarde hij naar deze man die jonger was dan hij maar die door de woestijn zo oud was gemaakt dat hij schijnbaar tweemaal zo oud was als Halleck.
A
'Wat is dat?' vroeg Paul. aIn leven?'
Halleck keek om hen heen naar de toekijkende Vrijmans, hun gezichten gevangen tussen eerbied en twijfel.
'Mijn moeder heeft nooit mijn les hoeven leren.' Het was Pauls stem! 'God zijn kan uitermate vervelend en vernederend worden. Er zou reden genoeg zijn om de vrije wil uit te vinden! En god zou in de slaap kunnen willen vluchten om nog slechts in leven te zijn in de onbewuste projecties van zijn droomschepsels.'
'Maar jij bent in leven!' Halleck sprak nu luider.
Paul negeerde de opwinding in de stem van zijn oude makker en vroeg: 'Zou jij werkelijk deze jongen tegenover zijn zuster gezet hebben in de proef-Mashad? Wat een levensgevaarlijke onzin! Elk zou gezegd hebben: "Nee! Dood mij! Laat de ander leven!" Waartoe zou zo'n proef leiden? Wat stelt het dan voor om in leven te zijn, Gurney?'
'Dat was de proef niet,' protesteerde Halleck. De manier waarop de Vrijmans rondom opdrongen en Paul bekeken zonder Leto enige aandacht te schenken, stond hem niet aan.
Maar nu kwam Leto tussenbeide. 'Kijk naar de structuur, vader.'
'Ja... ja...' Paul hield zijn hoofd omhoog alsof hij de lucht opsnoof. 'Dan is het dus Farad'n.'
'Wat is het toch makkelijk om in plaats van onze zintuigen, onze gedachten te volgen,' zei Leto.
Halleck had deze gedachte niet kunnen volgen en toen hij ernaar wilde vragen, onderbrak Leto hem met een hand op zijn arm. 'Niet vragen, Gurney. Je zou weer kunnen gaan denken dat ik een Gruwel ben. Nee! Laat het gebeuren, Gurney. Als je het probeert te dwingen, zul je alleen jezelf vernietigen.'
Maar Halleck voelde zich overweldigd door twijfels. Jessica had hem gewaarschuwd: 'Ze kunnen erg bedrieglijk zijn, die voortijdig bewusten. Ze kennen kunstjes waarvan jij zelfs nooit gedroomd hebt.' Halleck schudde langzaam zijn hoofd. En Paul! Grote goden ! Paul in leven en bondgenoot van dit vraagteken dat hij had verwekt!
De Vrijmans om hen heen lieten zich niet langer op de achtergrond houden. Ze drongen zich tussen Halleck en Paul en tussen Leto en Paul en duwden die twee naar achteren. De lucht raakte vervuld van schorre vragen: 'Ben jij Muad'Dib? Ben jij waarlijk Muad'Dib? Is het waar wat hij zegt? Vertel het ons!'
'Jullie moeten mij alleen zien als de Prediker,' zei Paul terwijl hij probeerde hen weg te duwen. 'Ik kan nooit meer Paul Atreides of Muad'Dib zijn. Ik ben Chani's levensgezel niet en ook geen Keizer.'
Halleck die bang was voor wat er zou kunnen gebeuren als deze gefrustreerde vragen geen logisch antwoord vonden, stond op het punt om op te treden toen Leto net voor hem in actie kwam. Daar zag Halleck voor de eerste keer een element van de verschrikkelijke verandering die Leto had ondergaan. Een stierenstem brulde: 'Opzij!'-a-en Leto stapte naar voren, smeet volwassen Vrijmans naar links en rechts, sloeg ze neer met zijn blote handen als knuppels en rukte de messen uit hun handen door ze bij het lemmet beet te pakken.
Minder dan een minuut later stonden de Vrijmans die overeind waren gebleven in zwijgende ontsteltenis tegen de muur weggedrukt. Leto stond naast zijn vader. 'Als Shai-Hulud spreekt, gehoorzamen jullie,' zei Leto.
En toen een paar Vrijmans bezwaar maakten, had Leto een brok rots losgetrokken uit de gangwand naast de uitgang en hij verkruimelde dat tussen zijn blote handen waarbij hij aldoor bleef lachen. 'Ik zal jullie vest onder je ogen afbreken,' zei hij.
'De Woestijndemon,' fluisterde iemand.
'En jullie qanats,' bevestigde Leto. aIk zal ze uiteenrijten. Wij zijn hier niet geweest, horen jullie me?'
De hoofden wiegden heen en weer in angstige onderdanigheid.
'Niemand hier heeft ons gezien,' zei Leto. 'EA(c)n kik van jullie en ik kom terug en drijf jullie zonder water de woestijn in.'
Halleck zag allerlei handen omhoog komen in het teken van de worm om onheil af te weren.
'Wij gaan nu, mijn vader en ik, vergezeld van onze oude vriend,' zei Leto. 'Maak onze thopter klaar.'
En toen had Leto hen naar Shuloch gebracht en hij had onderweg uitgelegd dat ze snel moesten handelen omdat Farad'n heel spoedig op Arrakis zou arriveren. 'En zoals mijn vader heeft gezegd, dan pas zul je de echte proef zien, Gurney.'
Terwijl hij van de klip van Shuloch omlaag keek, vroeg Halleck zich nog eens af, zoals hij iedere dag deed: 'Wat voor proef? Wat bedoelt hij?'
Maar Leto was niet langer in Shuloch en Paul weigerde antwoord te geven.